Rensky.nl       1 'k Geloof in God, den Vader, groot van macht, Die hemel, aard' en zee heeft voortgebracht; En in Gods Zoon, Zijn een'gen, onzen Heer', In Jezus, dien ik als den Christus eer, Die uit een maagd, na heil'g' ontvangenis, Van 's Heeren Geest, voor ons geboren is; Die voor ons leed in Pontius' gerecht, Bespot, gekruist, gedood, in 't graf gelegd, Ter helle daald' en op den derden dag, Zijn volk tot heil, opnieuw het leven zag; Ten hemel voer en daar in 't heerlijk leven Ter rechterhand Zijns Vaders zit verheven; Vanwaar Hij weer zal komen op Zijn troon, Ten oordeel van de levenden en doon. 2 'k Geloof ook in den Heil'gen Geest, dien w' eren, Die onzen geest wil troosten, leiden, leren. 'k Geloof een Kerk, een algemeen genootschap, Geheiligd en vergaard door 's hemels boodschap; Dat Christus' volk in heilgemeenschap leeft, Dat God, om 't bloed Zijns Zoons, mijn schuld vergeeft; Dat ook mijn vlees zal uit het stof verrijzen, En ik mijn God in 't eeuwig leven prijzen. 1e berijming