Vers 1 Dus heeft de HEER tot mijnen HEER gesproken: "Zit op den troon ter rechterhand naast Mij, Tot Ik de macht Uws vijands hebb' verbroken, En u zijn nek tot ene voetbank zij."  Vers 2 Uit Sion zal de HEER Uw schepter zenden, Den schepter van Uw oppermogendheid, En zeggen: "Heers tot 's werelds uiterst' enden, Zover de macht Uws vijands zich verspreidt."  Vers 3 Uw volk zal op Uw heirdag tot het strijden Gewillig zijn, in heilig krijgssieraad; U zal de dauw van Uwe jeugd verblijden, Geboren uit den vroegen dageraad.  Vers 4 U heeft de HEER, Wien 't nooit berouwt, gezworen: "'k Heb U, Mijn volk tot heil, Mijn naam ten prijs, In Mijnen raad het priesterambt beschoren, Dat eeuwig duurt naar Melchizédeks wijs."  Vers 5 De HEER zal steeds Uw rechterhand verzellen, Zijn mogendheid met U ten strijde gaan, En koningen, die tegen U zich stellen, Ten dage van Zijn grimmigheid verslaan.  Vers 6 Hij zal naar 't recht de woeste heid'nen richten, Met lijken 't veld bezaaien door Zijn hand; Zijn strijdb're hand zal straks het hoofd doen zwichten, 't Weerbarstig hoofd van een zeer machtig land.  Vers 7 Hij zal op weg eens drinken uit de beken, Daar Hij gevaar, noch strijd, noch moeit' ontziet; Daarom zal Hij het hoofd naar boven steken, Met eer bekroond in 't Godd'lijk rijksgebied. 1 Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. 2 De HEERE zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, [zeggende]: Heers in het midden Uwer vijanden. 3 Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder des dageraads zal U de dauw Uwer jeugd zijn. 4 De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. 5 De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns. 6 Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land. 7 Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.