Rensky.nl       Vers 1 Hoe vreeslijk groeit, o God, Het saamgezworen rot Dergenen, die mij drukken; Zij maken niet alleen Den opstand algemeen, Om mij mijn kroon t' ontrukken; Maar velen doen van mij, Hoe bitter ik ook lij', Nog deze smaadtaal horen: "God zal hem nu niet meer Verlossen, als weleer; Hem is geen heil beschoren."  Vers 2 Maar, trouwe God, Gij zijt Het schild, dat mij bevrijdt, Mijn eer, mijn vast betrouwen; Op U vest ik het oog; Gij heft mijn hoofd omhoog, En doet m' Uw gunst aanschouwen. 'k Riep God niet vrucht'loos aan; Hij wil mij niet versmaân In al mijn tegenheden; Hij zag van Sion neer, De woonplaats van Zijn eer, En hoorde mijn gebeden.  Vers 3 Ik lag en sliep gerust, Van 's HEEREN trouw bewust, Tot ik verfrist ontwaakte; Want God was aan mijn zij'; Hij ondersteunde mij In 't leed, dat mij genaakte. Ik zal, vol heldenmoed, Daar mij Zijn hand behoedt, Tienduizenden niet vrezen; Schoon ik, van allen kant, Geweldig aangerand En fel geprangd moog' wezen.  Vers 4 Sta op, verlos mij, HEER! Gij hebt, o God, weleer Getoond voor mij te waken, Mijn haters onderdrukt; En mij 't gevaar ontrukt; Gij sloegt hen op de kaken, Verbrekend onverwacht Hun tanden door Uw macht; 'k Heb d' overhand verkregen. Gij, HEER, alleen, Gij zijt Verwinnaar in den strijd, En geeft Uw volk den zegen.  1 Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom. O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op. 2 Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela. 3 Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft. 4 Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela. 5 Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij. 6 Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten. 7 Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. 8 Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela.